5 feiten over de weerstand van je kindje

Ontwikkeling

1. Het duurt langer dan 5 jaar voor het immuunsysteem van je baby op volle sterkte is

Een deel van de weerstand is al klaar bij de geboorte: het aangeboren deel. Een ander deel van de weerstand moet zich nog ontwikkelen; het aangeleerde deel. Bij een volwassene is dat al ontwikkeld. Daarom is je kindje misschien iets vaker ziek dan jij. Lees hier meer.

2. Ziek zijn is geen teken van een slechte weerstand!

Het betekent juist dat de weerstand zich volop aan het ontwikkelen is. Bij de geboorte kreeg je baby antistoffen van jou mee, maar na 4 tot 6 maanden zijn de antistoffen die je kleintje meekreeg bij de bevalling uitgewerkt. Het immuunsysteem van je kindje moet zelf leren om antistoffen aan te maken. Dit doe je door (beperkt) bloot te staan aan ziekteverwekkers. Want na elke doorgemaakte ziekte heeft het immuunsysteem een nieuw recept voor antistoffen geleerd en is de weerstand van je kleintje weer wat sterker! Lees hier meer.

3. Contact met de buitenwereld is nodig om een goede weerstand op te bouwen

Zo leert het immuunsysteem van je kindje schadelijke en onschuldige stoffen te herkennen. Alleen bij schadelijke stoffen moet het immuunsysteem in actie komen. Bij een allergie reageert het immuunsysteem ook op onschuldige stoffen zoals eiwitten uit de voeding of op pollen. Lees hier meer over allergie.

4. 70% van de weerstand zit in de darmen 

En dat is maar goed ook! Want veel vreemde stoffen komen via de mond in de buik van je kindje terecht. De darmen helpen het immuunsysteem de onschuldige stoffen van de ziekteverwekkers te onderscheiden. Lees hier meer

5. De voeding van je kindje ondersteunt de opbouw van zijn weerstand

In de darmen zitten goede bacteriën, die belangrijk zijn voor de weerstand. Na de geboorte moeten deze bacteriën zich nog ontwikkelen en het immuunsysteem moet zich nog opbouwen. De voeding van je baby helpt daarbij. Lees hier meer

Benieuwd wat er nog meer speelt tijdens de ontwikkeling van je baby?

Lees meer over 1 maand