De bevalling in fases

Gezondheid en verzorging

Een bevalling bestaat uit vier fases: het begin, de ontsluiting, de uitdrijving en de nageboorte. Hoe weet je nu wat er per fase met jou en je kindje gebeurt?

Fase 1: het begin van de bevalling

Je bevalling begint vaak doordat je baarmoeder zich samentrekt. Dit zijn de weeën. Maar je bevalling kan ook starten met het breken van je vliezen, waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt. Daarna volgen alsnog de weeën. Het kan gebeuren dat de weeën niet op gang komen als je vliezen gebroken zijn. Om infectiegevaar te voorkomen, wordt de bevalling dan na 24 tot 48 uur ingeleid. Het begin van de bevalling kun je ook herkennen aan het verliezen van de slijmprop die voor de baarmoederhals zat. Hiermee is de ontsluiting in gang gezet."


Fase 2: de ontsluiting

De ontsluiting is het opengaan van de baarmoedermond. Bij elke samentrekking (wee) wordt de baarmoedermond een beetje opgerekt totdat deze een diameter van ongeveer 10 centimeter heeft bereikt: de volledige ontsluiting. Hoe lang dit proces duurt, verschilt per zwangerschap. Bij de eerste bevalling duurt het al snel 24 uur. Zodra je volledige ontsluiting hebt mag je, op aanwijzingen van de verloskundige of gynaecoloog, gaan meepersen. "


Fase 3: de uitdrijving

Tijdens de uitdrijving wordt door grote samentrekkingen van je baarmoeder en het zelf actief meepersen, je baby door het geboortekanaal geduwd. Je zult merken dat de persweeën heel sterk zijn en je dwingen actief mee te doen. Als de bevalling stagneert, bijvoorbeeld door de ligging van je baby of te weinig weeënkracht, kan de verloskundige of gynaecoloog besluiten tot een vacuüm- of tangverlossing of zelfs een keizersnede. Het kan ook voorkomen dat je wordt ingeknipt, waardoor je baby alsnog op de normale manier geboren wordt."


Fase 4: de nageboorte

Zodra je baby is geboren, zit het harde werken er bijna op. Als je kindje uit je buik is, moet je nog wel bevallen van de placenta. Dit is de nageboorte.


Fase 1: het begin van de bevalling

Je bevalling begint vaak doordat je baarmoeder zich samentrekt. Dit zijn de weeën. Maar je bevalling kan ook starten met het breken van je vliezen, waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt. Daarna volgen alsnog de weeën. Het kan gebeuren dat de weeën niet op gang komen als je vliezen gebroken zijn. Om infectiegevaar te voorkomen, wordt de bevalling dan na 24 tot 48 uur ingeleid. Het begin van de bevalling kun je ook herkennen aan het verliezen van de slijmprop die voor de baarmoederhals zat. Hiermee is de ontsluiting in gang gezet."


Fase 2: de ontsluiting

De ontsluiting is het opengaan van de baarmoedermond. Bij elke samentrekking (wee) wordt de baarmoedermond een beetje opgerekt totdat deze een diameter van ongeveer 10 centimeter heeft bereikt: de volledige ontsluiting. Hoe lang dit proces duurt, verschilt per zwangerschap. Bij de eerste bevalling duurt het al snel 24 uur. Zodra je volledige ontsluiting hebt mag je, op aanwijzingen van de verloskundige of gynaecoloog, gaan meepersen. "


Fase 3: de uitdrijving

Tijdens de uitdrijving wordt door grote samentrekkingen van je baarmoeder en het zelf actief meepersen, je baby door het geboortekanaal geduwd. Je zult merken dat de persweeën heel sterk zijn en je dwingen actief mee te doen. Als de bevalling stagneert, bijvoorbeeld door de ligging van je baby of te weinig weeënkracht, kan de verloskundige of gynaecoloog besluiten tot een vacuüm- of tangverlossing of zelfs een keizersnede. Het kan ook voorkomen dat je wordt ingeknipt, waardoor je baby alsnog op de normale manier geboren wordt."


Fase 4: de nageboorte

Zodra je baby is geboren, zit het harde werken er bijna op. Als je kindje uit je buik is, moet je nog wel bevallen van de placenta. Dit is de nageboorte.


Benieuwd wat er nog meer speelt tijdens je zwangerschap?

Lees meer over Week 34