Te VEEL of te WEINIG BORSTVOEDING

In principe geldt voor borstvoeding: vraag is aanbod. Hoe meer jouw kindje drinkt, hoe meer je lichaam aan melk aanmaakt. Zo is je borstvoeding precies afgestemd op de behoefte van je baby. Maar toch kan het soms net wat anders lopen en heb jij de indruk dat je baby hongerig blijft of dat jij juist een overproductie hebt. Wat zijn de signalen van te veel of juist te weinig voeding en hoe kun je je productie aanpassen zodat jij en je baby weer matchen?

Te veel voeding, dit zijn de signalen

Na stuwing kun je (tijdelijk) meer melk aanmaken dan je baby drinkt. Als je veel melk aanmaakt kun je dit merken doordat:

  • Je baby onrustig drinkt en zich vaak verslikt
  • Er regelmatig melk terug komt via de mond van je baby
  • Je baby buikkrampen heeft en veel huilt
  • Je baby huilt omdat hij nog wil zuigen
  • Je baby veel natte plasluiers heeft en dunne groene ontlasting
  • Je baby veel aankomt per week, bijvoorbeeld 300 gram
  • De toeschietreflex pijnlijk is
  • Je borsten na het voeden nog vol zijn

Adviezen bij teveel voeding

Deze adviezen zorgen ervoor dat je productie iets terugloopt of dat je baby minder last heeft van de grote hoeveelheid melk:

  • Geef je baby 1 borst per keer
  • Geef je baby dezelfde borst als hij binnen 1-2 uur opnieuw wil drinken
  • Geef je baby eventueel de borst terwijl je op je rug ligt. Zo wordt de toeschietreflex afgeremd en kan je kind rustiger drinken
  • Geef je baby tijdens het voeden regelmatig tijd om een boertje te laten
  • Check je borsten na iedere voeding op harde plekken. Zo ben je er op tijd bij als je verstopte melkkanalen of een borstontsteking ontwikkelt.
  • Kolf tussendoor niet omdat dat juist de productie in stand houdt
  • Draag een stevige en goed ondersteunende bh, maar zorg dat deze je borsten niet afknelt
  • Onderbreek eventueel de voeding: leg je baby aan tot de melk toeschiet. Als de melk er met kracht uitkomt, haal je je baby van je borst en troost je je kindje. Ondertussen kun je met een spuugdoekje of opvangbakje de eerste stroom melk opvangen. Leg je baby weer aan als de melk niet meer druppel. Het eerste beetje borstvoeding kan ook afgekolfd worden, zodat de ergste druk eraf is.
  • Hou je de overproductie? Neem dan contact op met een lactatiekundige.

Te weinig voeding, dit zijn de signalen

Ook het tegenovergestelde kan het geval zijn: je maakt minder voeding dan je baby nodig heeft. Dat je weinig aanmaakt, kan bijvoorbeeld komen door medicijngebruik of door spanning of pijn waardoor je geen goede toeschietreflex hebt. Als je kort voedt, voedingen overslaat of het lastig vindt om de hongersignalen van je baby te herkennen, kan je productie ook teruglopen. Een baby die te weinig voeding krijgt, kan:

  • Zwak huilen
  • Veel slapen en zich niet zelf melden voor een volgende voeding
  • Kort drinken
  • Weinig natte luiers hebben (minder dan 5 zware plasluiers per dag)
  • Erg geconcentreerde plas hebben; (donker)geel van kleur
  • Niet tevreden zijn
  • In de eerste weken minder dan 2 poepluiers per dag hebben
  • Minder aankomen dan je zou verwachten
  • 4 dagen na de geboorte nog steeds meconium produceren

Adviezen bij te weinig voeding

Deze adviezen zorgen ervoor dat je productie gestimuleerd wordt:

  • Zorg voor huid-op-huid contact
  • Leg je baby goed aan
  • Geef per voeding beide borsten
  • Leg je kind regelmatig extra aan
  • Neem zelf voldoende rust
  • Drink minstens 2 liter per 24 uur. Goede tip: neem bij iedere borstvoeding die je geeft zelf ook een groot glas water
  • Voed in een rustige omgeving. Dan schiet de melk makkelijker toe
  • Eet gezond
  • Blijf je weinig aanmaken? Neem dan contact op met een lactatiekundige.

Vragen of advies over jezelf of je kindje? Wij zijn 24/7 bereikbaar!